© 2026 Getty Images
vrijdag, 27 maart 2026 om 18:18
Honda heeft een verklaring gegeven voor de teleurstellende start van het F1-seizoen 2026. De Japanse motorfabrikant wijst naar de periode waarin het bedrijf afwezig was in de koningsklasse van de autosport. Die onderbreking zou de huidige problemen verklaren waarmee het merk kampt bij de terugkeer als volwaardige motorleverancier.
De terugkeer van Honda als zelfstandige motorleverancier in de Formule 1 verloopt allesbehalve vlekkeloos. Het Japanse merk, dat sinds 2026 weer volledige krachtbronnen levert aan Aston Martin, worstelt met de nieuwe technische reglementen. De problemen stapelen zich op en de verwachtingen van voorafgaand aan het seizoen zijn vooralsnog niet waargemaakt.
Het bedrijf zoekt de oorzaak van de tegenvallende prestaties in de periode dat het niet actief was in de sport. Na het vertrek als motorpartner van Red Bull Racing eind 2021 concentreerde Honda zich op andere raceklassen. Die afwezigheid van enkele jaren wreekt zich nu, aldus verantwoordelijken binnen de organisatie. De concurrentie heeft in diezelfde periode doorontwikkeld en een voorsprong opgebouwd die lastig in te halen blijkt.
Technische achterstand groter dan verwacht
De kloof met topteams als Ferrari, Mercedes en Red Bull Powertrains is aanzienlijk. Honda kampte tijdens de wintertest al met betrouwbaarheidsproblemen en die zetten zich voort in de openingsraces van het seizoen. Aston Martin zag meerdere keren een motor de geest geven, wat resulteerde in uitvalbeurten en gridstraffen door componentwissels.
De nieuwe reglementen voor 2026 brachten ingrijpende veranderingen met zich mee. Het elektrische vermogen speelt een veel grotere rol dan voorheen, terwijl de verbrandingsmotor compacter moest worden. Teams en motorleveranciers die continu in de sport actief waren, hadden jaren de tijd om zich voor te bereiden. Honda moest die ontwikkeling in een korter tijdsbestek realiseren, wat de achterstand mede verklaart.
Aston Martin voelt de gevolgen
Het team uit Silverstone betaalt de prijs voor Honda's moeizame herstart. Waar het team in 2025 nog kon profiteren van klantmotoren, moet het nu vertrouwen op een krachtbron die niet aan de verwachtingen voldoet. De coureurs van Aston Martin finishten in de eerste races ver buiten de punten, een tegenvaller voor een renstal met ambities om mee te doen om podiumplaatsen.
De samenwerking tussen Honda en Aston Martin werd aangekondigd als een langetermijnproject. Beide partijen benadrukten dat geduld nodig zou zijn, maar de realiteit valt tegen. Sponsoren en investeerders hadden gehoopt op snellere vooruitgang, zeker gezien de investeringen die gedaan zijn in de faciliteiten en het personeel.
De 2026-reglementen: waarom timing alles is
De technische revolutie van 2026 valt niet te onderschatten. Waar voorheen zo'n 80% van het vermogen uit de verbrandingsmotor kwam, is die verhouding nu bijna fifty-fifty tussen ICE en elektrische aandrijving. Dat klinkt misschien als een detail, maar het verandert letterlijk alles. Het energiemanagement, de koeling, het gewicht, de packaging rond de motor. Teams die dit vanaf 2023 al op de testbank konden simuleren? Die hebben een goudmijn aan data verzameld.
Honda miste die cruciale ontwikkeljaren. Na het Red Bull-succes in 2021 stapten ze uit, net toen de rest van de grid begon met de voorbereidingen op dit nieuwe tijdperk. Mercedes, Ferrari en Red Bull Powertrains draaiden al in 2024 volwaardige prototypes. Honda startte feitelijk een jaar later. In de Formule 1, waar marges worden gemeten in honderdsten, is dat een eeuwigheid.
Kijk naar de betrouwbaarheidscijfers van de eerste vier races. Aston Martin kende drie DNF's door motorproblemen, meer dan welk ander team ook. Ter vergelijking: tijdens Honda's succesvolle Red Bull-periode (2019-2021) waren motorstoringen schaars. In 2021 wonnen ze zelfs het constructeurskampioenschap met slechts twee motor-gerelateerde uitvalbeurten het hele seizoen. Die betrouwbaarheid was geen geluk, maar het resultaat van jarenlange iteratie. Precies die iteratie-cyclus ontbreekt nu.
Het McLaren-trauma versus de Red Bull-triomf
We hebben dit verhaal eerder gezien, en dat maakt de huidige situatie extra pijnlijk voor Honda. Tussen 2015 en 2017 was de samenwerking met McLaren een regelrechte ramp. In 2015 scoorde McLaren-Honda slechts 27 punten, vergeleken met 181 punten het jaar ervoor met Mercedes-motoren. Fernando Alonso's beruchte "GP2 engine" radiobericht vatte de frustratie perfect samen.
Maar hier zit een cruciaal verschil. Bij McLaren kwam Honda terug na zeven jaar afwezigheid en moest direct mee in de complexe V6 turbo-hybride era die in 2014 was gestart. Nu is de afwezigheid korter geweest, maar de technologische sprong mogelijk nog groter. Die elektrische component van 350 kW (bijna 470 pk) moet perfect harmoniëren met een compactere 400 kW verbrandingsmotor. Eén onderdeel optimaliseren ten koste van het andere? Dan verlies je op beide fronten.
De Red Bull-jaren (2019-2021) bewijzen dat Honda wél kan leveren. Max Verstappen behaalde 11 overwinningen met Honda-power, culminerend in het wereldkampioenschap 2021. Opvallend genoeg presteerde die motor in betrouwbaarheid vergelijkbaar met Mercedes. Wat toen werkte was continuïteit. Honda bouwde voort op de lessons learned bij McLaren en had vier seizoenen om te verfijnen. Die luxe hebben ze nu niet. Aston Martin verwacht resultaten binnen seizoenen, niet jaren. En daar zit hem de crux van dit hele verhaal.
Ontwikkelingsprogramma op volle toeren
Honda heeft inmiddels een versneld ontwikkelingsprogramma opgestart. Engineers werken aan updates die de betrouwbaarheid moeten verbeteren en het vermogenstekort moeten verkleinen. De eerste verbeteringen worden verwacht halverwege het seizoen, al waarschuwen betrokkenen dat wonderen niet mogelijk zijn. Het inhalen van een achterstand van meerdere jaren vraagt tijd en middelen.
De Japanse fabrikant heeft extra personeel ingezet op het project. Specialisten die eerder werkten aan de succesvolle Red Bull-motoren zijn teruggehaald om hun kennis en ervaring in te zetten. Toch blijft de uitdaging groot, vooral omdat de concurrentie ook niet stilzit en doorontwikkelt aan hun eigen krachtbronnen.
De situatie roept herinneringen op aan eerdere periodes waarin Honda worstelde in de Formule 1. Tussen 2015 en 2017 kampte het merk met vergelijkbare problemen bij McLaren, wat uiteindelijk leidde tot het einde van die samenwerking. De daaropvolgende jaren met Red Bull en AlphaTauri verliepen aanmerkelijk beter, met meerdere overwinningen en uiteindelijk het wereldkampioenschap in 2021.
Druk neemt toe op verantwoordelijken
Binnen Honda groeit de druk om snel resultaten te boeken. Het management in Japan volgt de ontwikkelingen op de voet en verwacht concrete verbeteringen. De reputatie van het merk staat op het spel, zeker in een tijd waarin autofabrikanten kritisch kijken naar hun betrokkenheid in de Formule 1. Zonder vooruitgang kunnen vraagtekens ontstaan bij de continuïteit van het project.
Aston Martin houdt vooralsnog het vertrouwen in de Japanse partner. Teambazen benadrukken dat de samenwerking voor meerdere jaren is aangegaan en dat korte termijn tegenvallers geen reden zijn om van koers te veranderen. Toch klinkt ook daar ongeduld door, want zonder competitieve motor zijn de ambities van het team niet realiseerbaar.
De komende races moeten uitwijzen of Honda erin slaagt de achterstand te verkleinen. Het merk heeft bewezen in het verleden te kunnen herstellen van moeilijke periodes, maar de huidige situatie vereist snelle actie. De afwezigheid uit de sport blijkt een zwaardere hypotheek dan vooraf ingeschat, en het inlopen daarvan wordt de grootste uitdaging voor de Japanse motorfabrikant in 2026.
❮ Vorig bericht | Volgend bericht ❯
Reacties