Formule1nieuws.nl Menu
Advertentie
Fascinerende Formule 1 Feitjes (15) © Second a Lap
Nieuws

Fascinerende Formule 1 Feitjes (15)

Door EvDelft | 22-12-2016 08:00

Om ons allemaal een beetje in de goede stemming te houden deze winter, heb ik besloten elke dag een Fascinerend Formule 1 Feitje te plaatsen. Hiermee probeer ik wat meer interessant inzicht in de geschiedenis van de Formule 1 te geven.

James Stewart werd geboren in het dorpje Milton, aan de oever van de rivier Clyde, niet ver van Dumbarton, in 1931. Zijn vader Bob was de zoon van de hoofd-jachtopzichter op het landgoed Eaglesham, eigendom van de familie Weir, in Renfrewshire. Als een jongere werkte Bob als tekenaar voor de familie Weir ingenieursbureau bij Cathcart in Glasgow en racete motorfietsen als amateurcoureur, maar in 1928 richtte hij een garage in de buurt van Dumbarton op en verzekerde zuch van een concessie waardoor hij Austins en later Jaguars kon verkopen.

James - net als de Hollywood-ster noemde hij zich Jimmy - groeide op tussen de auto's en testte regelmatig straatauto's op de wegen rond Lock Lomond. Toen hij 17 was kocht hij zich een MGTD Roadster en hij begon te racen in heuvelklimwedstrijden. Na een paar jaar in verschillende auto's, overtuigde hij zijn vader ervan dat hij een Jaguar C-type nodig had zo dat hij David Murry, zakenman in Edinsburgh, kon benaderen en dienst doen in diens team Ecurie Ecosse. Het resultaat was dat Jimmy Stewart in 1952 een rijzende ster werd in het Britse, hoewel zijn carrière werd onderbroken door de dienstplicht. Hij diende bij de Royal Electrical & Mechanical Engineers (REME).

Toen dat achter de rug was, hervatte hij zijn carrière en in 1953 schreef Ecurie Ecosse hem in voor de Grote Prijs van Groot-Brittannië met een Cooper-Bristol. Hij kwalificeerde zich als vijftiende en toen hij in de regen aan het einde van de race zesde lag, spinde hij van de baan.

Hij was erg succesvol in de sportwagens voor Ecurie Ecosse maar in 1954, tijdens de 24 uur van Le Mans, terwijl hij een Aston Martin DB3S reed (fabrieksinschrijving) liep hij bij een ongeluk een gebroken elleboog op. Hij verloor de controle over zijn wagen bij Maison Blanche in het zevende uur van de race. Hij werd uit de auto geworpen en gleed over het gras, terwijl zijn auto totall loss raakte. Vanwege zijn gebroken elleboog was hij de rest van het seizoen buiten deelname. In 1955 keerde hij terug bij Ecurie Ecosse met een Jaguar D-type. Hij deed het goed. Maar op de Nürburgring weigerden zijn remmen dienst en hij crashte in een aarden wal. De auto kwam op zijn kop terecht en Jimmy was in de auto gevangen. Niemand kon hem zien vanaf de baan vanwege een dikke haag. Gelukkig voor hem kwam Stirling Moss tien minuten later langs en hij zag de bandensporen. Hij stopte en kon Jimmy uit de auto bevrijden. Hij had wederom zijn arm gebroken.

Zijn moeder wilde toen dat hij stopte met racen en waarschuwde hem dat een derde breuk in zijn arm die wel eens onbruikbaar zou kunnen maken. Hij besloot de goede raad ter harte te nemen en hing zijn helm aan de wilgen. Hij was pas 24 jaar. Daarna keerde hij terug naar de garage van zijn familie. Zijn jongere broer, enkele jaren jonger zelfs dan Jimmy, was geïnteresseerd geraakt in kleiduiven schieten. Maar toen, op een dag, puur toevallig, ontdekte Jackie Young Stewart ook het autoracen…


❮ Vorig bericht | Volgend bericht ❯

Reacties

;