Menu
© Second a Lap
Achtergrond

De eerste Grote Prijs na WO2

0 reacties | 411x gelezen
14-01-2018 12:00

EvDelft | Het is een algemeen bekend feit dat de eerste autorace na de Tweede Wereldoorlog plaatsvond op 9 september 1945, in het Bois de Boulogne in Parijs.

Bron: Joe Saward

Toch?

En de Cockfosters Grand Prix, dan? Die werd verreden op 25 juli 1945. Oké, het was niet echt een race, maar het was een motorsportcompetitie in de zin van het woord, opgezet om de mensen de geneugten van de motorsport te herinneren. Vooral na zes jaar oorlog. Cockfosters was een nieuwe start voor de Britse motorsport en velen die in die race meededen, zouden later tot grootse prestaties komen.

Natuurlijk, Cockfosters is niet echt Monte Carlo. Het is een buitenwijk in het noorden van Londen, ongeveer 15 kilometer ten noorden van het Centraal Station, maar vandaag de dag ligt het binnen de ring van de M25, hoewel het nog altijd grenst aan de weilanden.

Cockfosters was origineel niets meer dan een dorpje met een paar kasten van huizen, eigendom van de elite, tot in 1933 de undergroud arriveerde. Cockfosters werd het noordelijke eindpunt van de Piccadilly Lijn. Daarna veranderde er veel: het dorp werd uitgebreid en er kwam een winkelpromenade. De oorlog riep de bouw een halt toe en het dorp leek al op een ruïne voordat de Duitsers Londen bombardeerden. Maar de race enthousiast Rivers Fletcher, die vlakbij woonde in New Barnet, begon met het plannen van een circuit van 1 kilometer lengte.

Fletcher was een man met connecties. Hij had gewerkt voor Bentley toen hij jong was en kende veel vooroorlogse coureurs. Hij stond aan het hoofd van een groep met de naam The Enthusiasts die races organiseerden en alles viel op zaterdag 14 juli op zijn plek, om half drie.

De kaartjes kostten 10 shilling. Er was zelfs thee. Earl Howe, de winnaar van Le Mans, tevens voorzitter van de Britse coureursclub BRDC, werd door Fletcher in de 4.5 liter Bentley van Raymond Mays rond het circuit gereden. Daarna deed Howe een snelle ronde in zijn Bugatti T57. Echter, dat was niet echt een snelle ronde, omdat goede benzine schaars was op dat moment.

Mw. Bob Gerard reed vervolgens een Riley Sprite en zette een mooie tijd neer, zonder dat haar haar ervan in de war raakte. Het publiek was onder de indruk. Gordon Sutherland, coureur van Aston Martin, reed een ronde in de conceptwagen Astam Martin Atom. Vervolgens reed heer Brabazon van Tara - voormalig winnaar van een Grote Prijs en later minister van vliegtuigproductie onder Winston Churchill, een 1100cc gestroomlijnde FIAT coupé. Vervolgens reed JG Tice in een Lagonda en Anthony Crook (die later in de Formule 1 zou rijden) in een Frazer-Nash.

Hoewel de tijden niet echt officieel waren, deden alle coureurs hun uiterste best.

Toen de sportwagens klaar waren, werd er gereden met échte raceautos. Eerst verscheen een MG Midget R en daarna reed Bob Gerard - die ook Formule 1 zou gaan rijden - in een ERA, en daarna Charles Mortimer in een Alfa Romeo Monza.

Na de thee was er nog meer actie. Anthony Heal ging als eerste van start in een 5 liter inline Ballot Indianapolis en St. John Horsfall in zijn ERA. Daarna nam Tony Rolt, ook toekomstig Formule 1-coureur en Le Mans winnaar, de auto over. Tevens zou Rolt de Ferguson 99 bouwen, de enige vierwiel aangedreven auto die een race wist te winnen. Rolt was nog maar net uit de gevangenis - hij was krijgsgevangene geweest in Colditz.

Laurence Pomeroy reed een Mercedes GP uit 1914, die van Pilette was geweest (de vader van latere Formule 1-coureur André Pilette). De Mercedes was voorzien was van een geluidsdemper, omdat die via de publieke weg naar het evenement gereden moest worden - op eigen kracht.

Maar de snelste tijd ging naar John Bolster in zijn Bloody Mary, een auto gebouwd voor heuvelklims. Er waren nog meer coureurs aanwezig.

Al het geld dat werd opgehaald met deze race, werd gedoneerd aan het Victoria Ziekenhuis in Barnet en iedereen ging blij naar huis.

Het is dan wel niet echt Formule 1, maar wel leuk...


❮ Vorig bericht | Volgend bericht ❯

Reacties

;