Menu
© VanderbiltCupRaces.com
Achtergrond

Waarom George Robertson zo belangrijk was voor de Formule 1

0 reacties | 758x gelezen
10-12-2017 00:01

EvDelft | George Robertson is een naam die niet erg bekend is in de Formule 1, maar eigenlijk is dat onterecht.

Bron: Joe Saward

Het grootste probleem van Robertson is, dat hij Amerikaan was, een land dat tegenwoordig in de Formule 1 grotendeels over het hoofd wordt gezien. Roberton maakte naam op verschillende manier. Hij werd in 1884 in New York geboren en was de zoon van de opzichter van de Third Avenue Rairoad Company, een Schots ingenieur met de naam John Roberton, die zich had opgewerkt in het bedrijf in de 33 jaar dat hij daar werkte. Hij verliet het bedrijf in 1900, toen George 15 was. Drie jaar later werd John president van de Automobile Exchange @ Storage Company, de eerste garage in Manhattan. Officieel was het een servicepunt en winkel voor de Winton Automobile Company, maar het werd al snel overgenomen door de belangrijkste importeur van auto's van buiten de Verenigde Staten: Smith & Mably.

De nu 18 jaar oude George bevond zich dus op het juiste moment op de juiste plek: omringd door exotische auto's en extreem rijke mensen. Hij begon te racen in heuvelklims, gesteund door Walter Chritie van de Cristie Motor Company. In 1906 behaalde hij de voorpagina, toen een ongeluk met de Apperson die hij reed, wist te overleven. De stuurkolom van de wagen was gebroken, wat de oorzaak was van het ongeluk.

Robertson reed elke auto die hem werd aangeboden. Gewoonlijk ging het om fabrikanten die publiciteit zochten. In 1908 racete hij in de Vanderbilt Cup een Locomobile, waar hij de favoriet was voor de overwinning. Het ging hier om een circuit, gebouwd in een park dat eigendom was van William K Vanderbilt, die eerder succesvol geweest was als coureur in Europa.

Echter, de race werd geboycot door de Europeanen, en zo werd Roberton de eerste Amerikaan in een Amerikaanse auto die een internationale race wist te winnen. Twee jaar later werd hij gecontracteerd door Mercedes om het nogmaals te proberen. Robertson zou die race echter nooit rijden, want hij had een serieus ongeluk. Hij gaf een journalist een ritje over het circuit met zijn racewagen. De journalist raakte in paniek en trok aan het stuur, waardoor de auto over de kop sloeg. Robertson liep zware verwondingen op aan zijn arm en dat was het einde van zijn carrière als coureur.

Zijn beschadigde arm weerhield hem er niet van in 1916 het leger in te gaan om de Mexicanen te bevechten bij de Amerikaans-Mexicaanse grens. Hij werd zelfs hoofd van de luchtvaartafdeling van het Amerikaanse leger. In 1919 wed hij naar Europa overgeplaatst, waar hij een erelinte kreeg van de Franse regering omdat hij zo goed had geholpen met het heropbouwen van Frankrijk na de eerste wereldoorlog.

In 1921 kwam hij weer terug naar huis en werd daar teammanager van Duesenberg. Hij was erbij toen Jimmy Murphy de overwinning pakte tijdens de Grote Prijs van Frankrijk op Le Mans. Het was de eerste overwinning van een Amerikaanse auto in Europa. Hij was er ook bij toen in 1922 Murphy de Indy 500 won. In 1923 won Duesenberg weer, nu met Joe Boyer.

Daarna ging hij naar Ford, waar hij vier jaar werkte. In 1928 ging hij naar Long Island, waar hij een krant ging uitgeven. In deze rol was hij de kracht achter de campagne voor de bouw van de Rooseveldt Raceway. Hij kreeg steun van de neef van Willie Vanderbilt: George. Ook kreeg hij steun van de eigenaar van de Boston Redskins NFL: George Preston Marshall, en van coureur, gevechtspiloot en industrialist Eddie Rickenbacker.

Het doel was een circuit te bouwen waarop de beste Europese coureurs konden strijden met de beste Amerikaanse coureurs. Het complet werd gebouwd bij Westbury, vlak bij het vliegveld Roosevelt, waar Charles Lindbergh negen jaar eerder was opgestegen voor zijn eerste transatlantische vlucht. Het circuit zelf werd voorzien van stevig aangestampt grind. Er werden dubbele tribunes gebouwd welke plaats boden aan 50.000 toeschouwers, er was een clubhuis, een VIP-afdeling, en permanente garages voor de teams. Er waren maar liefst 16 bochten die om elkaar heen krulden. Het circuit was ontworpen door Mark Linenthal.

En zo werd de Vanderbilt Cup i 1936 nieuw leven ingeblazen en er was een grote prijzenpot. Er kwamen dan ook veel Europese coureurs op af, hoewel de grootste teams - Mercedes en Auto Union - in Europa bleven. De overwinning ging derhalve naar Tazio Nuvolari in zijn Scuderia Ferrari Alfa Romeo. Hij won vóór de Bugatti van Jean-Pierre Wimille en de Alfa Romeo van Antonio Brivio. Helaas werd de race slecht bezocht en het financiële verlies was dan ook groot. In 1937 werd nog een poging gedaan op een sneller circuit en de race werd gewonnen door Bernd Rosemeyer in zijn Auto Union. Hij versloeg Richard Seaman in diens Mercedes en Rex Mays in zijn Alfa Romeo.

Het bedrijf ging daarna al snel failliet en de Roosevelt Raceway verdween. Echter, het ontwerp van het circuit werd, licht aangepast, gebruit voor een ander circuit: Interlagos, Brazilië. Het is niet het circuit dat tegenwoordig gebruikt wordt, maar het orinele ontwerp dat van 1973 tot 1980 werd gebruikt is een vrijwel exacte kopie van de Roosevelt Raceway.

Van 1938 tot zijn dood opo 71-jarige leeftijd, in 1955, werkte Robertson voor een fabrikant van elektrische scheermachines.


De Roosevelt Speedway in 1936.
Het copright van deze foto ligt bij VanderbiltCupRaces.com


❮ Vorig bericht | Volgend bericht ❯

Reacties

;