Menu
© JMFangio.org
Achtergrond

Jean-Pierre Wimille en 'die Argentijn'

0 reacties | 262x gelezen
04-12-2017 20:06

EvDelft | Coureurs moeten mentaal sterk zijn om te doen wat ze doen. Ze houden van racen, weten dat het gevaarlijk is en dat ze gewond kunnen raken. Ze weten ook dat het het belangrijkste in hun leven moet zijn. Is het dat niet, zullen ze nooit winnen. Het is een te competitieve wereld voor hen die niet gemotiveerd zijn, of zelfs lui. En wanneer je ouder wordt, veranderen je prioriteiten…

Bron: Joe Saward

In juli 1948 was er niemand die veel aandacht besteedde aan de 37 jaar oude Argentijnse coureur, die opeens met een Simca Gordini voor Equipe Gordini aan de start van de Grand Prix de l'ACF stond. De fans waren er om hun held van de dag, Jean-Pierre Wimille, in zijn Alfa Romeo te zien winnen. En ze konden blij naar huis gaan. De Argentijn, ene Juan-Manuel Fangio, viel uit tijdens de hoofdrace, maar hij reed ook een auto die geen enkele kans maakte op de overwinning. Hij viel ook uit tijdens de Coupe des Petites Cylindrées die als bijprogramma van de Grote Prijs werd verreden. Na de race werd Fangio door Wimille uitgenodigd hem te vergezellen bij een interview met de sportkrant L'Equipte. Wimille vertelde de journalisten dat er een coureur was die het waagde vóór hem te rijden en die nog wel eens in de toekomst voor mooie verhalen zou kunnen gaan zorgen. Bovendien liet de Franse veteraan weten dat hij sneller zou moeten worden om de nieuwkomer te verslaan.

Eerder dat jaar was Wimille in Argentinië geweest als gast van president Juan Péron. Hij bezcht een aantal races om het land te promoten. Fangio had eerder alleen gereden in een zelfgebouwde Volpi-Chevrolet maar werd door Maserati in geschreven door de Automobiel Club Argentinië. Voor de derde race, in Rosario, bood Amedée Gordini hem een Simca Gordini aan, als teamgenoot van Wimille. Hij deed het zo goed, dat de aandacht van de Fransman getrokken werd. Fangio was tijdens de kwalificatie sneller dan de Fransman en die moest alles uit de kast halen.

Het circuit waarop de betreffende race werd gereden, was in het Independence Park. Het had een uniek iets in het circuit: een rotonde. Dat niet alleen, maar de coureurs konden kiezen of ze de rotonde links of rechts namen. Alle coureurs namen de coureurs rechts, omdat ze van mening waren dat dat sneller was. Totdat Fangio in ronde 14 besloot eens de linkerkant te pakken. Toen hij dat deed, haalde hij Wimille in. Daarna werd Fangio weer ingehaald, waarna Fangio hetzelfde trucje nog eens uithaalde. Uiteindelijk viel Fangio uit want hij had teveel gevraagd van de wagen. Wimille was, zoals gezegd, onder de indruk. Na de race vertelde hij de Automobiel Club: "Jullie hebben hier een toekomstig kampioen".

Hoogstwaarschijnlijk was Wimille verantwoordelijk voor de uitnodiging die Fangio ontving van Gordini toen Maurice Trintignant, één van de vaste coureurs, zwaar gewond was geraakt tijdens een supportrace voor de Grote Prijs van Zwitserland. Fangio ging terug naar Argentinië in zijn rol als coureur in de gevaarlijkste serie van het land: de Turismo Carretera straatraces. Die had races in elke provincie van het land. Fangio had de titel van die serie al twee keer gewonnen: in 1940 en in 1941. Zijn eerste grote overwinning was de Gran Premio Internacional del Norte, een race van Buenos Aires naar Lima (Peru) en terug.

In de herfst van 1948 schreef Fangio zich in voor de Gran Premio de América del Sur, een race van 9.576 kilometer lang van Buenos Aires, via Bolivia, Peru, Equador en Colombia naar Caracas in Venezuela. De race zou een strijd worden tussen Fangio en zijn aartsrivaal Óscar Gálvez, maar Fangio kwam in het nadeel toen hij een wiel verloor in de buurt van Lima. Het kostte zijn monteurs een nacht de auto te repareren. Fangio lag daarna op plek 23 maar 161 kilometer later lag hij aan de kop van het veld, Gálvez in de achtervolging. Door dichte mist en verblindende weerschijning in de omliggende gebouwen van Huanchasco, verloor Fangio voor een seconde of wat het zicht. Hij miste een linker bocht, en de auto ging enkele malen over de kop. Gálvez deed hetzelfde maar aan de andere kant van de weg. Urrutia (de bijrijder - er waren twee mensen in de auto aanwezig) werd uit de auto gegooid en brak zijn schedel, terwijl Fangio datzelfde lot werd bespaard omdat hij met zijn voeten klem zat achter de pedalen van zijn wagen. Gálvez redde hem en Fagio, met verwondingen aan zijn benen en gezicht, zei dat Gálvez verder moest racen. Eusebio Marcilla pikte later Fangio en Urrutia op en bracht hen naar het ziekenhuis bij Chicama. Urrutia kon niet meer geholpen worden.

Fangio vroeg zich af of hij moest blijven racen. In januari was hij volledig hersteld en vertrok naar met de Europese toeschouwers naar Palermo Park, Buenos Aires voor de openingsrace van 1949. Zijn vriend en rivaal Wimille reed daar, gleed tijdens de training van de baan, raakte een boom, en was op slag dood.

Met een zwaar hard vertrok Juan-Manuel Fangio enkele weken later naar Europa, met de Automovil Club Argentina. Hij zou in 1949 de Formule 1-races winnen op San Remo, Pau, Perpignan, Albi en Marseille. Hij keerde terug als held naar Argentinië - met een contract voor Alfa Romeo voor 1950 op zak…


❮ Vorig bericht | Volgend bericht ❯

Reacties

;