Menu
© Pinterest
Achtergrond

De doorbraak van Jim Clark

1 reactie | 232x gelezen
22-08-2017 09:28

EvDelft | In 1962 reed Jim Clark in de gloednieuwe Lotus 25. In die dat was dat een revolutionaire auto omdat het de eerste was met een monocoque chassis. Het maakte de auto lichter en behendiger dan de rest van de auto's in het startveld.

Bron: TheJudge13.com

Zoals zo vaak met de introductie van nieuwe technologie waren er frustrerende mechanische problemen en deze problemen voorkwamen dat de auto de resultaten leverden waar het recht op had. De eerste twee races in 1962 resulteerden in uitvalbeurten, waardoor Jim Clark op Spa-Francorchamps verscheen met nul punten achter zijn naam, al had hij de race ervoor, tijdens de Grote Prijs van Monaco, de pole positie voor zich opgeëist.

Het leek erop dat de Grote Prijs van België wederom een verloren weekeinde zou worden. Tijdens de eerste training viel Clark stil met een beschadigde motor. De wagen zou niet klaar zijn voordat de race van start ging: er was een nieuwe motor gemonteerd die eerst afgeleverd moest worden. Daardoor was de Schot gedwongen de rest van de vrijdag én zaterdag vanaf de zijlijn toe te kijken. Niet echt de voorbereiding die je nodig hebt op een uitdagend circuit als Spa-Francorchamps - destijds een monster van ruim 14 kilometer lengte.

Tegen het einde van de zaterdag reed Clark een paar ronden in de Lotus 24 van zijn teamgenoot Trevor Taylor, maar hij zou de race aanvangen vanaf de twaalfde plek.

De eerste rij werd bezet door de winnaar van de eerste twee races: Graham Hill in zijn BRM, met naast zich Bruce McLaren voor Cooper en Trevor Taylor voor Lotus. Bij de start van de race, die 32 ronden zou duren, kwam iedereen veilig door de eerste bocht, met Hill vóór McLaren, Taylor en de Belgische coureur Willy Mairesse voor Ferrari in de Sharknose. Vanaf de twaalfde plek liet Clark er geen gras over groeien en tegen de tijd dat de eerste 14,1 kilometer verreden waren - de eerste ronde - had Clark de Walloniër al ingehaald en lag hij op de vierde plek.

Deze vijf liepen weg bij de rest van het veld waarbij de coureurs vele malen van posities wisselden op de lange rechte stukken die het circuit kende. In ronde 5 was het Taylor aan de leiding, in ronde 6 was het Mairesse. In ronde 8 besloot Jim Clark de tweede plaats voor zich op te eisen en in ronde 9 kwam hij aan de leiding van de race.

Clark had zijn teamgenoot nu achter zich, die Mairesse, Hill en McLaren in zijn versnellingsbak had. Clark begon een voorsprong op te bouwen terwijl de vier anderen met elkaar in gevecht waren voor de tweede positie. Clark leek het rustig aan te doen, terwijl hij toch de snelste coureur van het veld was, terwijl achter hem verbeten werd gevochten om de overige twee plekken op het podium.

In ronde 26 gebeurde dan ook het onvermijdelijke en de Lotus en de Ferrari raakten elkaar, toen Taylor de controle over zijn wagen verloor. Beide auto's kwamen naast de baan. De Ferrari raakte een telegraafmast en kwam ondersteboven terecht en vatte vlam. Taylor had een paar schrammen en kneuzingen, terwijl Mairesse naar het ziekenhuis werd gebracht met brandwonden. Binnen enkele maanden zat hij weer achter het stuur.

Graham Hill had last van een sputterende motor en viel terug, dus er was niets dat de overwinning van Clark in de weg stond, tenzij de auto het zou opgeven. Dat gebeurde dit keer niet en de fragiele Lotus hield het de volle 32 ronden vol. Jim had een voorsprong van 40 seconden op Graham Hill, terwijl Phil Hill in de andere Ferrari derde werd, vóór Pedro Rodriquez in de derde Ferrari.

Het was het begin van iets groots, de eerste overwinning van de Schot en de eerste van vier overwinningen op Spa-Francorchamps. Jim Clark zou in 1963 de titel pakken.


❮ Vorig bericht | Volgend bericht ❯

Reacties

Misjab
Gold Member

Ja dat waren andere tijden.. De snelste autos waren toen ook de meest fragiele.
In de snelste auto zitten gaf je dus ook de meeste kans om te verongelukken.....
ECHTE HELDEN

0 22-08-2017 10:30:30
;