Menu
© RedBull.com
Achtergrond

Oprichter van Lola, Eric Broadley, overleden

0 reacties | 290x gelezen
31-05-2017 09:47

EvDelft | Eric Broadley, de oprichter van Lola Cars, is overleden op een leeftijd van 88 jaar.

Bron: Joe Saward

Laat in de jaren '40 van de vorige eeuw studeerde hij voor architect in de buitenwijken van Londen. Na de oorlog, begin jaren '50, werd hij een enthousiaste clubracer als lid van de 750 motor club. Er was op dat moment maar weinig geld in Groot-Brittannië en de leden bouwden hun eigen auto's, gebaseerd op een Austin 7. Ook Brian Hart, de ontwikkelaar van latere motorleverancier Hart in de Formule 1, was lid van de club.

De eerste Lola zag het levenslicht in 1957. De auto werd vernoemd naar een populair liedje uit die tijd: "What Lola wants, Lola gets." In 1958 volgde een sportwagen met de motor voorin. Daarmee was Broadley de eerste coureur die het circuit van Brands Hatch binnen een minuut kon afleggen. Andere coureurs wilden ook een Lola en dus bouwde Broadly en zijn neef er nog twee. In 1959 wonnen de sportcars van Lola alles wat er te winnen viel en werd het bedrijf van Broadley opgericht.

In 1960 werd de eerste éénzitter gebouwd, een wagen voor de Formule Junior. In 1962 werd de Formule 1 aangedaan met een Lola Mk4. De auto werd ingezet voor het team Yeoman Credit, dat eigendom was van voormalig Formule 1-coureur Reg Parnell. De wagens werden bestuurd door Roy Salvadori en John Surtees. Surtees zette de auto in de eerste race meteen op pole positie. Echter, het team raakte in geldnood en Broadley concentreerde zich weer op het bouwen van auto's voor de Formule Junior, Formule 3 en sportcars. Deze sportcars trokken de aandacht van Ford en zo werd Broadley betrokken bij de ontwikkeling van de roemruchte Ford GT40.

In je jaren '60 expandeerde de racerij in Groot-Brittannië en Lola werd al snel één van de grootste in racewagens gespecialiseerde bedrijven ter wereld en in bijna elke klasse - van de CanAm tot de Formule Ford - waren er successen. In 1968 bouwde Lola de Formula 1-auto's voor Honda en ook de auto's van Hill Embassy, van Graham Hill, werden in 1974 door Lola gebouwd.

In de tweede helft van de jaren '70 en in het begin van de jaren '80 concentreerde Lola zich op de Verenigde Staten en vele Indycar races waren met een auto gebouwd door het bedrijf van Eric Broadley. In 1985 keerde Lola terug in de Formule 1 met het team FORCE van Carl Haas (geen familie van Gene Haas van het huidige Formule 1-team, red.). Echter, deze auto's werden niet, zoals gebruikelijk sinds 1970, gebouwd in Huntingdon, maar in Amerika.

Ook de auto's van het Formule 1-team van Gérard Larrousse tussen 1987 en 1991 werden gebouwd door Lola. Hoewel deze wagens niet echt competitief waren, kreeg Broadley in 1991 een eervolle vermelding van MBE.

De oud-coureur zag de Formule 1 echter als een onafgemaakte zaak, en in 1993 bouwde Lola de auto's voor Scuderia Italia. Dat was een ramp, want het team was altijd achteraan het veld te vinden, als ze zich al kwalificeerden. Daarna zette hij alles op alles om als fabrieksteam in de Formule 1 te komen en dat lukte hem in 1997. Het programma was echter een enorme flop, niet doordacht en zwaar ondergefinancierd. De auto's waren veel te langzaam(tijdens de kwalificatie in Australië was de Lola 11,6 seconden langzamer dan de pole tijd, red.) en de eerste verschijning van de Lola T97/30 was meteen ook de laatste. Enkele weken later werd het hele bedrijf onder curatele gesteld. Broadley nam afstand van het bedrijf.

Eric Broadley werd 88 jaar.


❮ Vorig bericht | Volgend bericht ❯

Reacties

;